Treinverbinding over de grens is goed voor de arbeidsmarkt

Een opinieartikel van ons raadslid  Lisa Westerveld, Wilco Veldhorst, FNV regio Zuid-oost, Maurice Niesten en Anne Wieggers, Statenlid GroenLinks Gelderland. Hierin  pleiten zij  voor een reactivering van de spoorlijn Nijmegen-Kleve. Schrijvers onderbouwen dit pleidooi in het artikel met een aantal sociale en economische motieven.

 

In alle Euregio's langs de Nederlands-Duitse grens, van Groningen tot Zuid-Limburg is momenteel een aanbod van ongeveer 100.000 vacatures. Emmerich-’s Heerenberg (gelegen op een straal binnen 30 km van Nijmegen) beschikt over een groot haven- en industriegebied. Dit gebied trekt vanwege de gunstige ligging aan rivier, spoor en snelweg steeds meer werkgelegenheid aan.

Helaas profiteert de regio Arnhem-Nijmegen hier nauwelijks van, terwijl de regio op een bijzonder gunstige locatie ligt, tussen Randstad en Ruhrgebied. We hebben vestigingsfactoren (binnenhavens, spoor, waterwegen, luchthaven) waar menig regio jaloers op zou zijn. Toch ontbreekt het aan samenhang. Hier liggen dus grote kansen.

In 1865 werd de eerste spoorverbinding met Nijmegen gelegd: de spoorlijn Nijmegen – Kleve. Deze trein gaat tussen Groesbeek en Kranenburg over de grens naar het Duitse Kleve in Noordrijn-Westfalen, een Bundesland dat meer inwoners telt dan heel Nederland. Helaas is de treinverbinding vanaf 1991 stilgelegd maar de laatste jaren duikt weer vaker de discussie over reactivering van de spoorlijn op. Diverse partijen, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties en kennisinstellingen, vinden het wenselijk dat er betere ov-verbindingen zijn over de grens. Ook de Nijmeegse gemeenteraad heeft meerdere amendementen en moties met ruime meerderheid aangenomen. Op 27 juni 2012 heeft de raad het college opgeroepen om “Samen met de gemeenten Groesbeek, Kleve en Kranenburg te werken aan een zo spoedige mogelijke reactivering van de verbinding tussen Kleve en Nijmegen”. Een Euregionaal Projectbureau zou een gezamenlijke lobby hiervoor kunnen coördineren.

Helaas blijft het van bestuurlijke zijde stil. Dat is jammer omdat er allerlei sociale en economische motieven zijn om de spoorlijn te reactiveren:

  1. Stimuleert internationale samenwerking
    Nijmegen ligt vlak aan de grens met Duitsland en dit geeft extra kansen voor economie en grensoverschrijdende arbeid. Op bestuurlijk vlak wordt goed samengewerkt: de Nijmeegse burgemeester is zelf voorzitter van de Euregio. Maar fysiek de grens over gaan ligt een stuk lastiger. Voor mensen die geen auto hebben is de bus het enige vervoermiddel en die rijdt slechts eenmaal per uur en in het weekend veel minder frequent.
  2. Impuls voor bedrijven
    Voor een goed functionerende grensoverschrijdende arbeidsmarkt (en toerismesector) zijn een drietal grote knelpunten: wederzijdse diploma-erkenning, taal en (openbaar) vervoer. De eerste twee zijn slechts beperkt beïnvloedbaar door lokale overheden. Verkeer en vervoersstromen is echter een heel ander verhaal. Je kunt wel over de grens willen werken, je moet ook op je werk kunnen komen. Op dit moment is de praktijk dat je per trein vanuit Nijmegen sneller in het 60 km verderop gelegen Utrecht bent dan in het 15 km verderop gelegen Kleve. We kunnen constateren dat de grenzen open zijn, maar de grensoverschrijdende (openbaar) vervoerverbindingen in het grensgebied ruimschoots te wensen overlaten en in de afgelopen 100 jaar eerder kwalitatief zijn achteruitgegaan dan vooruitgegaan. Er ontbreekt een samenhangend openbaar vervoernetwerk.
  3. Trekt studenten naar RU en HAN
    Internationalisering wordt ook voor kennisinstellingen zoals de Radboud Universiteit en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, maar ook de Hochschule Rhein-Waal in Kleve steeds belangrijker. Een goede bereikbaarheid voor studenten uit Duitsland is een pre. Bovendien ontlast een goede OV-verbinding het wegennet naar de campus.
  4. Impuls voor het toerisme in Gelderland en winkeliers
    Een betere bereikbaarheid zorgt dat steden aantrekkelijker worden voor Duitse toeristen. Niet alleen voor binnenstadsondernemers, maar ook musea en andere cultuurvoorzieningen zijn gebaat bij meer aandacht (en bezoekers) van de andere kant van de grens. 

Een belangrijk argument om niet te reactiveren zijn de financiën. Volgens het beslisdocumentdocument Nijmegen – Kleve van de Stadsregio bedraagt dit verlies maximaal 1,4 miljoen per jaar. Maar deze kosten zijn omlaag te brengen, bijvoorbeeld door een aantal technische aanpassingen. Zo kunnen de kosten van spoor teruglegging worden voorkomen door de trein deels op de Maaslijn te laten rijden. Via wissels kan de trein aansluiten op de spoorlijn Nijmegen – Kleve direct na de Sionsweg. Vanaf daar kan de spoorlijn worden vernieuwd door ProRail tot aan de grens Groesbeek/Kranenburg. Ondertunneling wordt voorkomen door de halte Groesbeek een tijdelijk karakter te geven.

Aan de Duitse dient alleen de beveiliging te worden verbeterd. Wanneer men als eindpunt Kleve campus neemt is het zo’n 300 meter lopen naar Kleve Bahnhof. Daarmee wordt voorkomen dat er dure aanpassingen voor kruisen van een aantal wegen nodig is. Nu de regeringspartijen het fonds waaruit nieuwe wegen en spoorprojecten worden betaald (het infrastructuurfonds) willen verlengen ligt hier een kans. Daarnaast zou aanspraak gemaakt kunnen worden op Europese subsidie.

Na 25 jaar discussiëren wordt het tijd om daad bij het woord te voegen en aan de slag te gaan. Gezien de vele verschillende partijen die bij de discussie betrokken zijn, is de provincie Gelderland de aangewezen partij om het onderwerp op te pakken. De urgentie om de spoorlijn te reactiveren wordt steeds urgenter in deze steeds internationaler wordende wereld. Er is vraag, er ligt een traject en er is geld beschikbaar. Dus kom op, bestuurders van Gelderland: grijp deze kans aan en stimuleer de Gelderse economie door aan de slag te gaan met de spoorlijn.     

Lisa Westerveld, raadslid GroenLinks Nijmegen,

Wilco Veldhorst, FNV regio Zuid-oost,

Maurice Niesten,

Anne Wieggers, Statenlid GroenLinks Gelderland.